De professionalisering van Governance: Van operationele ervaring naar strategische bijdrage met de blik van de Giraf.
Van operationele ervaring naar strategisch toezicht. Over de blik van de giraf, en drie vragen om uw eigen meerwaarde voor een raad te bepalen.
U bent gewend om te handelen. Als manager, ondernemer of professional lost u problemen op en stuurt u bij. Dat maakt u goed in uw werk. Maar in een Raad van Toezicht vraagt het precies het omgekeerde. Daar doet u een stap terug.
Die overstap is voor veel nieuwe toezichthouders het lastigst. Niet omdat het hen aan kennis ontbreekt. Wel omdat de reflex om zelf in te grijpen sterk is. Deze blog gaat over die overstap. En over de vraag wat u als toezichthouder werkelijk toevoegt.
Van uitvoeren naar toezien
Een bestuurder is verantwoordelijk voor de koers en de dagelijkse gang van zaken. De raad houdt daar toezicht op. De raad is werkgever van de bestuurder. En hij denkt mee als klankbord. Maar hij neemt het werk niet over.
Dat klinkt eenvoudig. In de praktijk ziet u als nieuw lid al snel wat beter kan. Een plan dat u anders zou aanpakken. Een cijfer dat u zelf zou willen narekenen. De verleiding is groot om met oplossingen te komen. Toch is dat niet uw rol. Uw rol is de goede vragen stellen. Zodat het bestuur zelf scherper wordt.
De blik van de giraf
Hans Hoek gebruikt hiervoor het beeld van de giraf. De giraf kijkt over de dagelijkse drukte heen. Hij ziet wat er aankomt, voordat het dichtbij is. Zo kijkt ook een toezichthouder. Niet naar de details van vandaag, maar naar de lijn op de langere termijn.
Dat vraagt drie dingen:
- Afstand houden. U bemoeit zich niet met de uitvoering, ook als u die goed kent.
- Overzicht bewaren. U kijkt naar samenhang: tussen strategie, risico’s, financiën en de mensen in de organisatie.
- Doorvragen. U neemt geen genoegen met het eerste antwoord. U vraagt waarop een besluit rust, en wat er gebeurt als het tegenvalt.
Afstand betekent niet dat u ver weg staat. Een goede toezichthouder kent de organisatie. Hij gaat op werkbezoek en spreekt mensen op de werkvloer. Hij weet wat er speelt. Alleen gebruikt hij die kennis om te toetsen, niet om te sturen.
Drie vragen voor uw eigen meerwaarde
Een raad zoekt geen algemeen bekwame kandidaat. Hij zoekt iemand die iets toevoegt wat er nog niet is. Daarom helpt het om uw meerwaarde in drie zinnen op papier te zetten. Maak ze zo concreet mogelijk.
1. Mijn zeldzame expertise is …
Welke kennis brengt u mee die in een raad weinig voorkomt? Denk aan digitalisering, vastgoed, kwaliteit van zorg of arbeidsmarkt. Hoe specifieker, hoe beter.
2. Mijn unieke perspectief is …
Vanuit welke blik kijkt u naar een organisatie? Misschien die van de cliënt, de leerling of de huurder. Of die van de ondernemer, de medewerker of de gemeente. Een raad met verschillende blikken ziet meer.
3. Mijn directe bijdrage is …
Wat kan een raad morgen al van u verwachten? Bijvoorbeeld: scherpe vragen bij de begroting. Of een stevig gesprek over informatieveiligheid. Of hulp bij het werven van een nieuwe bestuurder.
Met deze drie zinnen heeft u de kern van uw motivatie. U gebruikt ze in uw brief, in het gesprek met de raad en in uw profiel in het BC Governance Register.
Hoe u verder komt
De overstap van doener naar denker leert u niet in één keer. U leert het door het te doen. Bijvoorbeeld in een traineeship, een commissie van de raad of het bestuur van een vereniging. Een opleiding helpt om de rol en de codes te leren kennen. En het gesprek met andere toezichthouders houdt u scherp.
|
Het volledige stappenplan |
|
|
Kennis, ervaring en houding |
|
|
Ervaring opdoen |
|
|
Gevonden worden |